Producenten

3 Fonteinen

Website: http://www.3fonteinen.be

Het ontstaan van de '3 Fonteinen" vindt plaats rond 1887: het was toen een nieuwgebouwd café annex geuzestekerij aan de Hoogstraat te Beersel. De naam slaat niet op waterbronnen of fonteinen, maar staat vermoedelijk op drie mooie porseleinen en tinnen handpompen die de lambik, faro en kriek deden stromen.

Toen in 1953 Gaston Debelder en zijn echtgenote Raymonde de boerenstiel voor bekeken hielden en naar een andere zelfstandige activiteit uitkeken, stond de "3 Fonteinen" over te nemen. De eigenaar was toen Jean-Baptiste Vanderlinden, burgemeester van Beersel, maar vooral bekend als de beste geuzesteker van het dorp. Het café werd in de zomer druk bezocht door de Brusselaars, die er de plaatselijke gastronomische specialiteiten (de lambikbieren, plattekaas en schepkaas) kwamen proeven.

In Beersel waren echter veel geuzestekers-cafébazen, alleen wie goede geuze kon mengen was verzekerd van een groot cliënteel. Gaston leerde de stiel van Jean-Baptiste en zette met succes de zaak voort, hierin gesteund door Herman Teirlinck.

De zaken floreerden zo goed dat uitbreiding noodzakelijk werd: in 1961 kochten de Debelders een oud pand rechtover de kerk, waarvan het voorste deel, dat nog uit de achttiende eeuw dateerde, nogal bouwvallig was. In minder dan een jaar was dit oude gebouw gesloopt en was het huidige gebouw afgewerkt en heropend. Het achterste gedeelte, een dorpsbalzaal met daaronder een mooi gewelfde kelder, was bijzonder geschikt als tonnenmagazijn. Langzaam echter werden de restaurantactiviteiten belangrijker, maar Gaston bleef de geuze trouw.

In 1982 liet hij de zaak over aan zijn zoons, Armand en Guido, die tezamen met Lieve en Trees, hun respectievelijke echtgenoten, de zaak steeds getrouw bleven uitbaatten. Rond 1990 bereikte de interesse voor oude geuze een dieptepunt en de stiel van geuzesteker werd een rariteit: alleen "3 Fonteinen", "Hanssens" en "Moriau" beoefenen nog dit beroep. Er werd dan ook hardop gedacht de geuzestekerij stop te zetten. Maar toen in 1993 de O.B.P.-trofee (Objectieve BierProevers), die jaarlijks aan een verdienstelijk persoon uit de Belgische brouwerswereld wordt toegekend, de drie nog overblijvende actieve geuzestekers te beurt viel, begon het geloof in de toekomst van de oude geuze opnieuw te groeien. Armand Debelder -kok van opleiding- liet de keukenscepter over aan echtgenote en schoonzus en werkte meer en meer aan de toekomst van de geuze '3 Fonteinen". In 1998 werd een volgende belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van het bedrijf: in samenwerking met Willem Van Herreweghen, werd een computergestuurde 1000-liter brouwerij geïnstalleerd, zodat Armand bij het versnijden van lambik nu een keuze kan doen uit eigen "3 Fonteinen"-lambik en lambikken van de collega's Boon, Girardin en Lindemans, te samen goed voor 900 Hl. Een goede voorraad is immers belangrijk voor een geuzesteker.

Belle-Vue

Website: http://www.inbev.be

De oorsprong gaat terug tot 1913; het jaar waarin Philémon Vanden Stock te Brussel startte als "coupeur" die de lambieks versnijdt. Ongetwijfeld had de man er geen vermoeden van dat door de aankoop in 1927 van het café-brasserie Belle-Vue een benaming werd overgenomen die vijfentwintig jaar later een begrip zou worden voor de geuze.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt Philémon Vanden Stock door de bezetters opgepakt en naar een concentratiekamp gevoerd, waarvan hij niet meer zou terugkeren.

Nauwelijks 29 jaar oud, stond zoon Constant aan het hoofd van een bedrijf dat 3 werknemers telde. Een jaar later was dit aantal verdrievoudigd. Goed doordachte investeringen en ovemamen van andere geuzebrouwerijen vormden een wissel op de toekomst. Zo werd in 1952 lambiekbrouwerij De Coster te Groot-Bijgaarden overgenomen en nadien Timmermans te Sint-Pieters-Leeuw. Later volgden nog de Brasseries Unies (oorspronkelijk Brouwerij De Boeck-Goossens die reeds zeven brouwerijen had opgeslorpt waaronder Winderickx, Toussaint en Van de Kerckhove), De Keersmaeker te Wolvertem, Vanderperre te Schaarbeek, Emiel De Coster te Brussel, La Bécasse te Anderlecht en De Neve te Schepdaal.

Ondertussen werd de maatschappelijke benaming gewijzigd van PVBA Ets Vanden Stock in Brouwerij Belle-Vue (1949).

De merknaam Belle-Vue werd bekend tot in de verste uithoeken van het land, en zelfs over de landsgrenzen heen. Opmerkelijk is dat toen veel grote brouwerijen sneuvelden, Vanden Stock zich tot op het niveau van de grootsten opwerkte en dit door autofinanciering.

In juli 1991 trok Constant Vanden Stock zich terug uit zijn onderneming en werd Belle-Vue een filiaal van Interbrew die met deze overname zijn assortiment "speciale bieren" vervolledigde.

Boon

Website: www.boon.be

De jongste lambiekbrouwerij in het Pajottenland draagt de naam van Frank Boon die als zoon van een bankdirecteur in de brouwerswereld een goede faam opbouwde en snel carrière maakte.

Zijn succesverhaal begint in 1975, Frank Boon was 22 toen hij te Halle in een voormalige suikerfabriek startte als geuzesteker. In 1978 verhuisde hij naar Lembeek en vestigde zich in de brouwer De Vits om in 1986 aan de Fonteinstraat een pand. van 1,3 ha te betrekken. Het is in dit complex dat Frank Boon een brouwzaal inrichtte, een bottelarij monteerde en vele tientallen vaten larnbiek stapelde. Op 6 september 1990 werd een eerste eigen brouwsel van 40 hectoliter lambiek feestelijk gevierd. Het succes bleef niet uit en zowel met zijn geuze, kriek en framboos als met zijn faro - Perte Totale geheten - scoorde Frank Boon hoge cijfers. Zijn faro is een mengeling van evenveel oude als donkere jonge lambiek aangevuld met kruiden en kandijsuiker.

Cantillon

Website: http://www.cantillon.be

Rond de eeuwwisseling vestigde Paul Cantillon, afkomstig uit Lembeek, zich als biersteker in een steenoud pakhuis aan de Gheudestraat.

De twee opgroeiende zonen van Paul Cantillon - Marcel en Robert - bleven niet bij de pakken zitten. Zij konden hun vader overtuigen zelf lambiek te brouwen. Oud materiaal, afkomstig van een brouwerij te Ouffet, die haar activiteiten stopzette, werd aangekocht en reeds in november 1937 werd het eerste wort in de koelbak door spontane gisting in lambiek veranderd. Sedert die dag is in de Gheudestraat de tijd blijven stilstaan want vandaag, meer dan een halve eeuw later, wordt er nog steeds volgens de oude traditie gebrouwen.

Het was vooral Marcel Cantillon die het bedrijf met succes leidde. In de jaren vijftig haalde de productie zelfs ongewone records.

Het succes van de Pilsbieren en de opkomst van de "industriële geuze" waren er de oorzaak van dat deze opgang werd gestuit. De verkoop van lambiek vertoonde zelfs een daling. Het is inderdaad een feit dat in die jaren het verschijnsel van smaakverandering zijn intrede deed. Er werd meer en meer geuze gedronken met een scheut grenadine of een klontje suiker. Zoet werd de nieuwe trend.

Ontmoedigd door het rninder traditionele brouwproces en het oneerlijk gebruik van de naarn geuze-lambiek voor "industriële geuze" nam Marcel Cantilion in 1968 de moeilijke beslissing zijn lambiekbrouwerij te koop te stellen.

En toen kwam voor hem de verrassing. Zijn schoonzoon, Jean-Pierre Van Roy, een afgestudeerd leraar, en zijn dochter Claude meldden zich als kandidaat-overnemers. Jean-Pierre Van Roy nam de handschoen op en overtuigde zijn schoonvader zijn bedrijf weer rendabel te maken. Maar dan op zijn manier. Hij zou de aloude brouwtraditie hardnekkig voorzetten en mettertijd de Gheudestraat omtoveren tot een levend geuzemuseum. Hij zou de brouwerij openstellen voor het publiek en groepsbezoeken organiseren, hij zou laten zien hoe de eikehouten vaten gereinigd worden, hoe het wort met hop wordt vermengd en gekookt en hoe het in open lucht wordt afgekoeld.

Verder zou hij tentoonstellingen en conferenties inrichten en de ambachtelijk gebrouwen geuze als uniek Brussels product in binnen- en buitenland promoveren en tenslotte zou hij ijveren voor een "appellation contrólée", een wettelijke bescherming niet alleen voor wat betreft de bereiding maar ook voor de geografische omschrijving.

Inmiddels draait het Museum van de Geuze op volle toeren en voor Jean-Pierre Van Roy zou het de kroon op zijn werk zijn moest de Gheudestraat in Geuzestraat veranderd worden.

De Cam

Website: http://www.decam.be

Op zaterdag 7 juni 1997 werd geuzestekerij De Cam te Gooik officieel geopend door het eerste vat aan te slaan om samen met een honderdtal genodigden te proeven van de "lambiek De Cam". Een heuglijke dag voor de liefhebbers van ambachtelijke lambiekbieren: wat enkele jaren geleden, toen de drie geuzestekers samen de OBP-trofee mochten in ontvangst nemen, nog beschouwd werd als een verdwijnend beroep, krijgt nu door De Cam weer een beetje toekomst. Reeds in 1515 wordt "des Heeren Landcamme" voor de eerste maal versneld in de annalen; in 1705 wordt het goed beschreven als een boerderij-brouwerij met een oppervlakte van meer dan 4 ha, waaronder een hoplochting. Toen een vijf jaar geleden de gebouwen van De Cam te koop kwamen, aarzelde het gemeentebestuur niet. De Cam werd aangekocht en de verbouwingswerken werden aangevat. Toen in juni '96 De Cam geopend werd, was het tot een ontmoetingscentrum omgetoverd; naast het politiebureau is er nog een volkscafé met een uitgebreide verzameling volksspelen, een uniek museum van Vlaamse muziekinstrumenten en een karrenverzameling.

In de nieuwe geuzestekerij liggen 23 houten tonnen van elk 1.000 Iiter twee hoog opgestapeld; ze werden in Plzen gemaakt voor de brouwerij Plzensky Prazdroj (Pilsner Urquell) uit honderdjarig eikenhout. Na grondige restauratie door Tjechische kuipers werd het kophout opnieuw groen geverfd; de kleur van Plzen en nu ook van De Cam. Steker Willem Van Herreweghen koopt wort - vooral bij Lindemans en Boon - en laat dit gisten en rijpen in Gooik. Wanneer hij volgens de steker op smaak is, wordt de lambiek afgevuld in 20 liter inox vaten. "Ik doe eigenlijk niets", stelt de kersverse geuzesteker, "ik zorg er alleen voor dat mijn werknemers in optimale omstandigheden kunnen werken." Deze werknemers zijn de micro-organismen, zoals de Brettanomyces Lambicus en Bruxellensis, die onvermoeid in drie ploegen werken, zeven dagen op zeven, zonder zelfs RSZ te vragen.

Met een Engels pompsysteem, dat in Drie Fonteinen zijn deugdelijkheid reeds bewezen heeft, kan dan getapt worden. Dankzij een fijn zeefje op de kraankop krijgt de nochtans platte lambiek een vrij stevige schuimkraag.

Lambiek De Cam kan behalve dit weekend voorlopig alleen geproefd worden in het gelijknamige volkscafé. Geuze De Cam is er nog niet; zelfs na de eerste botteling in de nabije toekomst zal die nog een tijd op fles moeten hergisten.

De Troch

Website: http://www.detroch.be

Niets doet vermoeden dat in de statige hoeve met gesloten bouwtrant even buiten de gemeentekom van Wambeek een familietraditie wordt voortgezet. Aan het zware metalen hekwerk dat toegang tot de binnenplaats verleent, hangt een rood plastieken tonnetje. Voor de toevallige voorbijganger kan het een versiering lijken, doch dit heeft wel degelijk een betekenis. Vroeger lieten de inwoners van de gemeente regelmatig hun vaatje lambiek bijvullen bij de dorpsbrouwer. Het houten vaatje van weleer maakte plaats voor het lichtere polyvinyl recipiënt. Als het tonnetje buiten hangt, betekent dit dat er bier beschikbaar is.

In de gezellige rustieke woonkamer, vier treden hoog, prijkt op de schoorsteen een prachtig fresco waarop het brouwproces van de geuze staat afgebeeld.

Een kadastraal plan van 1820 maakt voor de eerste maal melding van een cichoreibranderij-brouwerij-boerderij op naam van Petronella De Troch. Deze Petronella huwde zekere dag met Egidus De Troch, wel met dezelfde achternaam maar niet verwant. Hun opvolgers waren eerst Louis De Troch die huwde met een De Neve en sedert 1936 Louis De Troch, 32 jaar lang burgemeester van Wambeek, wiens zuster, Madeleine, huwde met Raymond Raes. Het is de zoon van Raymond Raes, Jos, die vandaag met een onstuitbare geestdrift de lambiekbrouwerij van Wambeek uitbaat. De eigen geheimen en ervaringen van het vak werden steeds weer aan de volgende generatie doorgegeven.

Er wordt gebrouwen van half oktober tot begin mei. Vroeger werd in de zomer het land bewerkt. Dit heeft thans plaatsgemaakt voor de verdeling van andere bieren, waters en limonaden, naast de geuze en de kriek.

De Troch brouwt als lid van de Federatie der Geuzebrouwers nog de natuurlijke Geuze De Troch, de Kriek De Troch (met echte krieken) en de Lambiek De Troch.

Girardin

Ofschoon minder bekend, bezit St.-UIriks-Kapelle een opmerkelijk historisch patrimonium, waaronder het kasteel Nieuwermolen anno 1606; de oude WatermoIen Nieuwermolen die zijn naam gaf aan het vermelde kasteel en de St.-Ulrikskapel.

Als, men komende uit de villawijk van Groot-Bijgaarden langs de holle weg de Lindenberg inrijdt, bevindt men zich plots in een andere tijdsperioden

In de uiterst verzorgde brouwerijhoeve in gesloten bouwtrant op de Lindenberg, omringd door weilanden, brouwt Louis Girardin zijn lambiek en geuze. Op de binnenplants achteraan liggen de lege lambiekvaten, gemerkt met de brouwdatum. Rechts, achter het woonhuis van de brouwer, de vulinstallatie. Men vult de grote kratten met geuze; er wordt voor gezorgd dat de flessen met de krijtstreep naar boven worden gestapeld.

Louis Girardin geniet in het Pajotteland vooral bekendheid als leverancier van de jonge lambiek, bestemd voor de bierstekers van de omstreken, die deze bewaren en versnijden (vermengen met andere brouwsels) om na verloop van tijd een geuze of kriek op tafel te brengen.

Omwille van het steeds kleiner wordende aantal "geuzestekers", is Girardin zich meer en meer gaan toeleggen op een eigen geuze.

Als er nog één lambiekbrouwerij is die haast volledig is afgestemd op haar boerderij dan is dit ongetwijfeld deze van Louis Girardin en van zijn zonen Jean en Paul. Dat dit werkzaam trio nog gelooft in de toekomst van lambiek, geuze en kriek mag blijken uit het feit dat de Girardin's een gloednieuwe brouwzaal hebben ingericht. De koperen ketels schitteren als een diamant in het heuvelachtige landschap van Zuid-West-Brabant.

Hanssens

Website: http://www.proximedia.be/web/hanssens.html

Julie merken allicht dat op deze bladzijde geen afbeeldingen - etiketten of emblemen voorkomen. De reden hiervoor is heel simpel. Hanssens en Moriau. zijn allebei geuzestekers, die enkel bier verkopen in flessen zonder etiket.

De stekerij Hanssens bevindt zich in de Vroenenbosstraat te Dworp, op slechts een boogscheut van het centrum. De stekerij is ontstaan rond 1900, en Jean Hanssens is reeds de derde generatie die op deze plaats geuze steekt.

Tijdens Wereldoorlog 1 werden de activiteiten onderbroken. Allicht was er tijdens de oorlog geen lambiek verkijgbaar omdat de Duitse bezetter alle koper, en dus ook brouwketels, aansloeg.

We moeten nog vermelden dat de enige nog resterende geuzestekers, nl. Moriau, Hanssens en 3 Fonteinen (De Belder) in 1993 in zaal Pallieter te Opstal de Nationale Biertrofee veroverden, en dit wegens hun niet aflatende inzet om een zeer zeldzaam geworden bier - de geuze - te vesnijden en te steken.

Tot onze grote vreugde hebben Jean zijn dochter en schoonzoon de zaak overgenomen. De geuze wordt nu door hen gestoken, uiteraard onder het waakzame oog van Jean.

Lindemans

Website: http://www.lindemans.be

Zoals de meeste lambiekbrouwerijen in het Pajottenland, groeide de Brouwerij Lindemans uit een boerderij - het "Hof te kwade wegen" - waar in de wintermaanden lambiek werd gebrouwen voor eigen gebruik en voor de boeren in het omliggende. Met min dertig hectaren landerijen en weilanden werd tijdens de lente en de zomer heel wat mansvolk te werk gesteld en oor de Lindemansen was het een serieus probleem deze mesen ook tijdens de wintermaanden nuttig bezig te houden. Het brouwen van lambiek bracht de ideale oplossing.

Links an de typische vierkante Brabantse boerderij aan de Lenniksebaan werd in 1869 de huidige brouwerij opgetrokken. Dat dit gebouw wel degelijk dateert uit dat jaar, kan men vaststellen in de gevel waarin een olijkerd het jaartal 9681 metselde. De vraag mag gesteld worden of de bouwvakker misschien boven zijn theewater was, of was het eerder lambiek?

Het was een neef van boer Duc Lindemans, Martin Lindemans genaamd, die als opvolger met een grenzeloze werkkracht de brouwerij verder uitbouwde tot een rendabele onderneming. Zijn zoon, Emiel Lindemans, die nauwelijks één jaar na zijn vader oveleed, liet twee zonen na: René en Nestor, huidige zaakvoerders.

René Lindemans was nog maar zeventien toen vader in 1956 stierf, Nestor was er vijftien. Niettegenstaande het vele werk in de brouwerij, gelukte René er toch in aan het Sint-Lievens Instituut te Gent het diploma van Technisch Ingenieur voor Gistingsbedrijven te behalen.

René Lindernans houdt zich aan de ongeschreven regels van het ambachtelijk brouwen. Voor de rijping van lambiek beschikt hij over meer dan duizend pijpen die over bijna heel het voormalige hoevecomplex gestapeld liggen. Er wordt ook weer faro gebrouwen, een volksbier dat in Frankrijk erg gewild wordt.

Dat de brouwerij Lindemans in volle expansie is, wordt bewezen door de nieuwe brouwzaal.

Mort Subite

Website: http://www.alkenmaes.be

André De Keersmaeker behoort reeds tot de vierde generatie van brouwers die rond 1720 op deze plaats met brouwen begonnen. Een duidelijk bewijs hiervan vinden we terug in een vergeeld doch goed bewaard boek dat vanaf 1720 werd bijgehouden. Naast de boekhouding (in guldens) staan er remedies in tegen allerhande kwalen, zowel voor mens als dier, waaronder een remedie tegen buikpijn van paarden, uiteraard door gebruik van bier. Dit laatste is niet zo vreemd als men bedenkt dat paarden een belangrijke rol speelden in de brouwerij-hoeve. Vroeger was immers de lambiekbrouwer een boer die tevens een brouwerij of stokerij had. Hij dreef een vorin van ruilhandel met de omliggende kleinere boerderijen.

Als vergoeding voor hun arbeidsprestaties voor de brouwer, mochten de boeren de gereedschappen en ook de paarden van hem gebruiken om hun lapje grond te bewerken. Deze vorm van compensatie bleef in gebruik tot 1945.

De Keersmaeker is de brouwer van de bekende geuze "Mort Subite", genoemd naar het gelijknamige Brusselse café. Aanvankelijk kocht de cafébaas de lambiek bij De Keersmaeker en stelde zijn eigen geuze sarnen. Nadien werd het café en ook de benaming overgenomen door de brouwerij.

In januari 1989 werd de brouwerij voor 50 % overgenomen door Alken-Maes, die er ondertussen enorrn heeft geïinvesteerd. Later op datzelfde jaar werd de lambiekbrouwerij Eylenbosch te Schepdaal overgenomen.

Oud Beersel

Website: www.oudbeersel.com

Een heel eind van het centrum en het kasteel van Beersel bevindt zich aan de Laarheidestraat 230 brouwerij Vandervelden. De kriek "Oud Beersel anno 1882" kan voor de leek rinzig smaken, voor de liefiebber is het één der vele variëteiten met karakter.

Henri Vandervelden is in rechte lijn de derde generatie geuzebrouwers uit Beersel. De brouwerij dateert van 1882. Henri Vandervelden betitelt zijn bedrijf als een "one man brewery" ; hij beschouwt zichzelf als een vorser. Alle aandacht wordt besteed aan het brouwen en de lambiek-geuze en kriek moet de klant zelf afhalen.

Sedert 1974 is een klein museum ingericht. De brouwerij staat open voor het publiek van Pasen tot eind november (behoudens de twee laatste weken van augustus), alsmede op zon- en feestdagen. Henri Vandervelden treedt zelf op als gids, tijdens een bezoek dat U voert Iangs oude pijpen, eigenaardige spoelinstallaties voor vaten, roerstokken e.d.

Hij levert hiermee ontegensprekelijk het bewijs dat een bedrijf waar nog op ambachtelijke wijze wordt gebrouwen, een levend museum is.

Henri Vandervelden heeft sinds kort de brouwactiviteiten overgelaten aan zijn neef, die tevens het café "In 't Bierhuis" uitbaat, juist naast de brouwerij. Ook dit café is, met zijn authentiek orgel een bezoek waard.

Na een tijd van inactiviteit, nemen in 2005 Gert Christiaens en Roland De Bus de brouwerij over. Omwille van de ouderdom van de brouwinstallaties, wordt er vanaf dan gebrouwen en gebotteld door Boon, maar de gisting vindt nog steeds plaats in Beersel. In 2007 verlaat Roland de brouwerij als zaakvoerder en wordt hij vervangen door Jos Chistiaens.

Tilquin

Website: www.gueuzerietilquin.be In 2009 start Pierre Tilquin in het Waalse Rebecq (net over de taalgrens) een nieuwe geuzestekerij. Hij gebruikt lambiek van Cantillon, Lindemans en Boon om zijn oude geuze te maken. Hij produceert, net als Cantillon, ook een artisanale geuze op vat.

Timmermans

Website: www.johnmartin.be

Timmermans is een brouwerij van een halve hectare groot, vlakbij de gotische Sint-Pieters-kerk te Itterbeek.

Typisch oor de Zennestreek is dat juist na de eeuwwisseling de plaatselijke geuzebrouwers de naam van een dier kozen als bijkomende benaming van hun familienaam. Oorspronkelijk eigendom van de familie Walravens-Desmet kreeg het Molleken - toen afspanning, mouterij, boerderij en brouwerij - in 1911 de naam "Timmermans" mee. De dochter van Paut Walravens huwde nl. Frans Timmermans uit Zuun. In 1920 werd de afspanning gesloten, nadien gesloopt en op die plaats werd in 1930 het huidige woonhuis opgetrokken.

Germaine, de dochter van Fans Timmernans. huwde in 1934 Paul Van Cutsem wiens zonen, Raoul en Jacques, tot 1989 de brouwerij bestuurden. Raoul, de administratieve man, en Jacques, de brouwer hadden zeer vele kwaliteiten maar "investeren" was blijkbaar een woord dat niet in hun omgangstaal paste. Het verwonderde de beroepswereld niet dat in 1989 de Brouwerij Timmermans werd verkocht aan Riva te Wilrijk, een wereldfirma in sigarettenpapier met een diversificatieprogramma. De leiding werd toevertrouwd aan Jack Van Antwerpen die erin gelukte Timmermans een nieuw imago mee te geven, zowel in binnen- als buitenland.

Naast een "Caveau Geuze" - een mengeling van 70 procent oude en 30 procent jonge lambiek - brengt de Brouwerij Timmermans faro en een reeks fruitbieren op de markt vervaadigd op basis van lambiek, zowel op vat als op fles van 25 cl. Verder commercialiseren zij een witbier en een bier an hoge gisting, beide op basis van lambiek.

Enkele jaren geleden werd de Brouwerij Timmermans nogmaals overgenomen, ditmaal door John Martin.

Gestopte Producenten

Moriau

Ook Moriau is één van de laatste overgebleven stekers. Hier steekt reeds de vierde generatie geuzen Ook deze stekerij dreigt voorgoed verloren te gaan. De hoofdactiviteit is immers langzaam aan overgegaan van bierstekerij naar bieruitzetterij. Wij hopen dat ze nog lang mogen (willen) geuze steken.

Vander Linden

Halle was van oudsheer bekend als bedevaartplaats van O.L. Vrouw Van Halle. De miraculeuze Zwarte Lieve Vrouw, een madonnabeeld van ca. 1200, en werd in de 16de eeuw naar Spaanse mode aangekleed. Deze madonna zou in 1580 de stad beschermd hebben tegen de aanvallen van de calvinistische benden onder de leiding van Oliver van den Tympel. In haar schoot zou ze de 32 kanonskogels, hebben opgevangen die werden afgevuurd. Waar of niet waar, de kanonskogels zijn te bezichtigen in de kerk.

Van de vier brouwerijen die hier voor de oorlog nog zorgden voor een ruim debiet, bleef Vander Linden uiteindelijk over. De brouwerij, gelegen in de Berendriesstraat, werd opgericht in 1895 onder de naam Ghyssels Gebroeders. Tijdens de oorlogsjaaren 14-18 werden de koperen ketels door de bezetters opgeëist en het bleef stil in de brouwerij tot 1930; het jaar waarin Vanderv Vander Linden de zaak overnam.

Niet zonder succes overigens, want met de productie Van het Duivels bier werd midden in de roos geschoten. Omer Vander Linden vetrelt hierover dat een Waal in een herberg zich zodanig aan het bier had tegoed gedaan dat hij et een stuk in zijn kraag uitriep: "C'est une bière de diable".

Het vehaal verspreidde zich onder de plaatselijke bevolking en iedeeen wou het effect van deze "special" van Vander Linden proefondervindelijk vaststellen.

Tegenwoordig haalt de brouwerij een productie van omgeveer 1.000 hectoliter.

De geuze Vieux Foudre is ongetwijfeld het andere paradepaardje van de brouwerij, de benaming duidt op de grote houten vaten van 5.000 liter (foeders) waarin de lambiek gedurende jaren moet rijpen.